De Seikoshow

Altijd ben ik al geïnteresseerd in nieuwe ontwerpen. Of dat nu op het gebied van meubels, gebouwen of keukenartikelen is, ik blijf het graag zien. Vandaar dat ik ook getrokken werd door de 'Seiko-kinetic-show' in ons dorp. Iets nieuws, iets anders en onverwachts. Een show rond een horloge. Dat wil ik meemaken. Zeker omdat ik in een vorige editie van onze krant een artikel had gelezen over het unieke exemplaar dat de winkelier van het moederbedrijf in ontvangst had mogen nemen. Een wonder van techniek en een geweldig mooie uitvinding. Ik had het exemplaar al zien draaien achter de winkelruit, maar nu kon ik naar deze voor heel Nederland toch uitzonderlijke horloge show!

Zonder nog één blik in de etalage te werpen, stap ik de winkel binnen en verwacht achteraan te moeten sluiten aan de massa die op deze show is afgekomen. Maar niets van dat alles. Ik val in een gat van stilte. Twee heren worden door uiterst vriendelijke dames voorgelicht over prachtige ringen. Ik loop voorzichtig verder de winkel in, want ik denk dat het dan ergens achterin te doen zal zijn. Alles is leeg, zelfs de werkplaats..

"Kan ik u helpen?" wordt mij gevraagd en stomverbaasd stamel ik dat ik me wil laten voorlichten over het nieuwste wonder van de tijdwaarneming. En even later mag ik dat wonder zelf in de hand nemen terwijl mij wordt toegefluisterd: "Mooi hè? Dit is het klokje en dit is de chronometer". Ik ben nog steeds aangeslagen en begin zelf maar wat vragen te verzinnen, omdat ik zo langzamerhand het idee krijg dat ik hier de show moet gaan maken. "Wat is een tachometer en zit die ook op dit horloge?" Daar moet de baas zelf bijkomen. Het blijkt een snelheidsmeter te zijn. "Je drukt hem in en na honderd meter weer. Dan kun je aflezen hoe hoog je snelheid was". Hij wacht of ik nog meer vragen heb. Ik durf mijn uitgeknipte advertentie niet uit mijn zak tevoorschijn te halen. Met dat papiertje zou je een 'verrassende limited edition attentie' ontvangen, maar ik voel me op de verkeerde tijd op de verkeerde plaats. Ik maak aanstalten om deze fantastische show te verlaten en krijg dan nog een Seiko pet in mijn hand gedrukt, zonder dat er naar de advertentie wordt gevraagd. Ik voel me erg lullig als ik even later buiten sta en op mijn horloge zie dat de totale show vijf minuten heeft geduurd. 

Wordt het misschien tijd voor een 'Boxtelse-reclame-commissie'?

Uitputting

Eindelijk was het dan zover. Met z'n tweeën staan we aan de start van de halve marathon van Utrecht, onze eerste grote test.

Met z'n tweeën slechts. We waren ruim een jaar geleden gestart met vijf collega's om eens 'iets geks' te gaan doen: trainen voor een marathon. Fanatiek als altijd werden trainingsschema's gezocht, eten werd aangepast, in de loopwinkel werden de benodigde spullen gekocht en bij goed getrainde kennissen werden adviezen ingewonnen. Onze directeur was wat je noemt niet laaiend enthousiast en later zou hij hierin gelijk krijgen, maar dat lag zeker niet aan uitvaller nummer een. Die vond na de eerste training al dat het te moeilijk zou gaan worden en borg haar nog wat knellende splinternieuwe sportschoenen ergens op zolder op. Afvaller nummer twee begon na een week of twee, en dat betekende na slechts vier trainingen, danig last te krijgen van haar toch al vaker opspelende knie. Een week na die vier trainingen werden er op bevel van de huisarts, in het ziekenhuis foto's gemaakt met als gevolg dat ze ruim drie weken volledige rust moest nemen en dus niet op haar werk kon verschijnen..

We trainden daarom bijna altijd met drie personen en dat gebeurde meestal rond de Ijzeren Man in Vught. Een rondje van, in den beginne, een half uurtje en wanneer er meer ronden volgden werden die in ieders eigen tempo gedaan. Het ging voorspoedig tot ik, ik denk na een maand of vijf, op een zonnige zondagmorgen op de parkeerplaats sta uit te hijgen en mijn collega opgewonden komt aangerend en er nog net uit kan persen dat nummer drie aan de andere kant van het meer op hulp ligt te wachten na een gemene val. Ze was uitgegleden over een gladde boomwortel en met haar enkel dubbel geklapt. Haar geschreeuw was opgemerkt door haar collega die haar vervolgens met de grootste moeite naar de waterkant had gesleurd om zodoende de enkel te kunnen koelen.

Met de auto moesten we een heel stuk omrijden om het slachtoffer te kunnen bereiken en daarna meteen door te toeren naar de Eerste Hulp van het Bossche ziekenhuis. Ook zij moest langere tijd thuis revalideren en dat was nu juist waar onze leidinggevende zo bang voor was geweest.

Maar desalniettemin stonden wij tweetjes daar dus voor onze grote uitdaging. We namen die lange voorbereiding nog eens lachend door toen we de chip aan een schoen vast zaten te maken. Als we straks gefinisht zouden zijn, want we waren er wel van overtuigd dat we de 21 kilometer vlot zouden voltooien, wilden we samen uit-eten gaan en wel bij de McDonalds!

Bijna twee uur later stonden we uitgeput maar voldaan in de kleedkamer en probeerden zover voorover te gaan hangen dat we de chip uit onze schoen konden halen. Het werd een hilarische vertoning. Omdat geen enkele spier wilde meewerken aan wat hem vanuit onze hersenen werd opgedragen, lukte het bukken niet en toen we ons maar op de grond hadden laten vallen en die verdomde chip eindelijk konden verwijderen, keken we elkaar aan en schaterden door deze immense hal. We konden geen van beiden opstaan omdat echt alles tegenwerkte. Alles deed zeer en eigenlijk bleven we daar het liefst liggen tot het vanzelf over zou gaan.

Toch liepen we, nog steeds gekweld door pijnen overal in het lichaam, even later naar de auto en ik begon aarzelend over het feit dat ik eigenlijk liever meteen naar huis wilde rijden... Ze knikte bevestigend. 

Het idee om ook maar iets te moeten eten deed ons al kokhalzen.

 

Midden in Frankrijk

In het gastenboek van ons huis in de Ardèche lazen we dat we brood konden bestellen bij een klein, nieuw kruideniertje op zo'n 10 kilometer van ons vakantieplekje en dat was het dichtstbijzijnde afhaalpunt voor deze levensbehoefte. We besloten een bezoek te brengen aan dat dorpje Gluiras en aan deze nieuwe starter die niet alleen een kruidenierszaakje was begonnen, maar tevens een pizzeria waar je ook kon reserveren om Libanees te eten. In een gehucht van een paar honderd inwoners. Libanees?

We stapten het winkeltje binnen en liepen meteen al tegen een stellage van fruitkisten. Het was donker en volgepropt in deze ongeveer 30 vierkante meter winkeloppervlak. Stof op de flessen likeur deed vermoeden dat het hier al jaren en jaren lag, maar het winkeltje was pas ruim een jaar open. Een opengescheurd pak tampons liet zien dat er niet alleen maar mensen in hoge leeftijd waren die de trek naar de grote stad hadden kunnen weerstaan. Een paar, vrij dik geklede dames, de maandelijkse cyclus al lang voorbij, wachtten rustig hun beurt af terwijl de maestro zelf heel ontspannen een praatje maakte met de vrouw die zojuist een hele kip had besteld. De wachtende dames zorgden ervoor dat we niet verder de winkel in konden om te zien wat er nog meer te koop was. Ze waren in staat om met z'n tweeën beide gangpaden te blokkeren. Al snel keken we elkaar aan en staken een tong uit om aan te geven dat de hitte hierbinnen niet langer te verdragen zou zijn.

Toen kwam een vrouw naar binnen die zich met een vluchtige glimlach meteen een weg naar voren baande en uit een koelkast haar benodigde spullen griste, die ze ook meteen op de toonbank deponeerde. Nadat de hele kip met veel aandacht, zorgvuldig in olievrij papier was gewikkeld en was afgerekend wilde deze nieuwe indringster ook afrekenen. Ik zei tegen Gerda hardop: "Hé, die is toch net pas binnen?" waarop de vrouw in kwestie plots in het Nederlands tegen ons begon over drukte, gasten en geen tijd. Het was verdomme een Nederlandse die hier de dienst dacht uit te maken. "Schande", liet ik nog horen en keeg prompt een kwade blik van haar.

Op het moment dat de volgende klant de winkelier meldde wat ze wilde hebben, riep die kenau uit Nederland nog: "Oh ja, en voor morgenvroeg nog zes broden en twaalf croisantjes". Ik schaamde me even dat ik ook uit Nederland kwam.

 

Ouders

Een veel gehoorde klacht in het (basis)onderwijs gaat over de mondige ouder. Is dat allemaal wel terecht?

Ja, het klopt dat ouders mondiger geworden zijn, maar zijn we allemaal niet op velerlei gebied mondiger geworden?

Als ik voor mijn migraine naar de dokter ga, weet ik door zelfstudie al het nodige over deze aandoening en dat neem ik mee in mijn gesprek met deze man. Ouders in het basisonderwijs weten gelukkig al het nodige over het voortgezet onderwijs als ze op adviesgesprek komen. Dat ze op dat moment niet helemaal goed kunnen inschatten op welk niveau hun kind zal kunnen instromen en dat ze dat vaak te hoog inschalen, moet voor de leerkracht een opdracht zijn om het advies aan de ouders uit te leggen aan de hand van uitslagen en ervaringen. Dat het weleens voorkomt dat men daarna het kind toch nog op een andere, qua niveau hogere vorm van onderwijs gaat aanmelden is hun eigen verantwoordelijkheid. Het wordt anders, als er ergens in de contacten een wantrouwen is geslopen waardoor de gesprekken niet in een respectvolle manier worden gehouden en dat nu is m.i. de laatste tijd meer en meer het geval.

Waar ging het mis?

Het management zal er vooral voor moeten waken dat een verstoorde relatie snel wordt gesignaleerd en wordt aangepakt. Wanneer opvoeders, in dit geval ouders en leerkrachten, niet meer gezamenlijk optrekken is een goede opvoeding van het kind in het geding en zal er dus iets moeten gebeuren. Leerkrachten zullen ook moeten leren om met deze mondige, kritische ouders om te kunnen gaan. Vanaf dag één dat een kind op de basisschool verschijnt moet er gebouwd worden aan een vertrouwensband met de ouders waardoor niet alleen vertrouwen groeit, maar waardoor ook respect wordt opgebouwd. Een moeilijk bouwwerk, maar zeker ook in deze tijd niet onmogelijk.

 

 

(Gebroken) Witte kerst

De planning voor een kleine verbouwing van onze benedenverdieping geeft aan dat ik vandaag het plafond van de bijna lege kamer en keuken zal gaan witten. Zaterdag gaat de keuken eruit en vlak na nieuwjaar eerst een nieuwe vloer en dan een nieuwe keuken. Een heerlijk vooruitzicht. En, zoals altijd, bereid ik me goed voor dus witsel, plamuur, kwast en steel met roller staan al een paar dagen klaar..

's Morgens ben ik vroeg op want het wordt een flinke klus. Eerst de randjes met de kwast en daarna, voor het eerst, met de roller-aan-de-stok. Om half twaalf zit de grote klus erop en ik ervaar een prima gevoel dat het me in deze korte tijd gelukt is. Ik kijk met trots naar dit grote plafond met zijn nieuwe uitstraling. Hoewel mijn rug enigszins opspeelt, besluit ik toch maar om de muren meteen ook mee te nemen. Na een eerste stukje merk ik dat ik te weinig verf heb en zal dus even op en neer moeten naar de Gamma. Ik haal de verf en neem dan plaats op een klapstoeltje om een naar mijn idee welverdiende lunchpauze in te lassen. Ik heb toch alle tijd. Even later strijk ik de eerste nieuwe verf op de muur. 'Is het nu echt witter of lijkt het maar zo', denk ik en plots bekruipt me een naar gevoel. Ik loop naar de twee emmers verf en schrik me een ongeluk... De eerste emmer is 'gebroken wit' en de tweede 'wit' wat tenslotte ook de bedoeling is. Potverdomme, het hele plafond gebroken wit en dat wil ik niet!

Ik moet me dwingen om niet minuten lang kwade taal uit te slaan en bij de pakken neer te gaan zitten en rijd dan toch nog maar een keer naar de winkel om nóg een emmer te halen en alles maar opnieuw te doen. Ik wil dit niet en ik kan het misschien ook niet meer, maar het moet. Later op de middag is het bijna niet meer te zien waar ik geweest ben met de roller en ik doe alles daarom bijna dubbel. Om kwart over zes sta ik onder de douche om alle witte en gebroken witte verf van me af te poetsen. Een half uur later val ik doodmoe en gebroken op de bank en wat zie ik! Een paar stukken vergeten!! Wat nu? Ik weet niet waar ik het vandaan haal, maar ik haal de verf en de roller toch maar weer van zolder en doe de stukken nogmaals. Als Gerda dan rond half acht met eten thuis komt kunnen we toch wel weer lachen om deze dag en genieten we van al het wit om ons heen.

 

Het karakter van de wijk

En dikke 35 jaar terug betrokken wij vol trots een nieuwe woning aan De Volder. Het voelde voor mij erg prettig om diezelfde euforie af te lezen aan de gezichten van mijn dochter en haar vriend op het moment dat ze mij hùn nieuwe woning lieten zien. Het huis is onderdeel van de wijk 'In Goede Aarde' .

Mijn complimenten aan de wethouder die al enige tijd al zijn energie inzet om veel mensen hier in deze nieuwe wijk energiezuinig te laten wonen.

Toch wil ik kanttekeningen maken bij dit schone plan en stel me de vraag: "Hoe lang blijft het geplande karakter van deze wijk gehandhaafd?" Ik kom met deze vraag omdat ik, net als verschillende wijkbewoners rond mijn eigen woning, geschrokken ben van de vele afsluitingen van carports die ik zie verschijnen. Bij het binnenrijden van De Volder kun je er niet langs. Rechts van je zie je een rij van acht carports, waarvan er nog slechts eentje open is. De rest lijkt een uitstalkast van een garagedeurverkoper of doe-het-zelver, waar hij laat zien wat er zoal mogelijk is in deze branche.

"Nee, afsluiten van carports is uit den boze", liet de gemeente weten vlak na de bouw van deze negentig woningen aan De Volder. "Het open karakter van de wijk moet behouden blijven". Maar vooral als ik die eerste deur van de zojuist genoemde serie voor me zie hoor ik een gaffitikunstenaarsstem in me, die me aanmoedigt om hier met een sierlijk handschrift op te schilderen: 'Kan het nog gekker?' De wijk krijgt een gesloten karakter en daar wordt het niet mooier van. Erg jammer!

Met dit gegeven in mijn achterhoofd wandel ik nu door de Huijgensstraat langs de 'geluidsmuur-woningen' van 'In Goede Aarde'. Door het aanhoudende zachte weer zijn verschillende bewoners er al in geslaagd iets moois te maken van hun tuinen. Ook daarvoor heeft men regels op papier gekregen om de wijk zo open mogelijk te houden. Dat is hier nog belangrijker omdat deze woningen slechts van één kant te benaderen zijn. Op tekeningen laat de gemeente zien waar je een erfscheiding mag plaatsen en ook de hoogte is aangegeven. Enkele bewoners hebben waarschijnlijk kennissen op De Volder en kennen daardoor het beleid van onze gemeenteambtenaren. Ze hebben het pad naar hun voordeur afgezet met een beukenhaag die nog slechts een kabouterhoogte heeft, maar een ander heeft het iets rigoureuzer aangepakt en de hele tuin afgezet met een metershoge groene afscheiding. Je moet zelfs door een afsluitbare poort om de voordeur te bereiken! Waar zijn onze ambtenaren? Even verderop laat iemand zien, werkzaam te zijn in de tapijtindustrie. Dat lees je niet af aan de reclame op zijn auto van de zaak, nee, het staat op een groot reclamebord dat vastgezet is op de gevel van zijn carport. Kijk, een tijdelijke reclame uiting van een hovenier of een stratenmaker lijkt mij redelijk, maar past dit hier ook allemaal in de milieuvriendelijke filosofie van 'In Goede Aarde'? Kan het nog gekker?

En nu we het toch over carports hebben. Die zijn er in deze nieuwbouwwijk echt wel te weinig. Op het moment dat ik bij onze 'tapijthandel' de bocht om ga zie ik niets dan auto's. Auto's in de carports (gelukkig, maar voor hoe lang nog..), auto's in de bestrate voortuinen, auto's op de trottoirs. Of zijn het geen trottoirs, maar allemaal parkeerplaatsen? Overal auto's. Je bent haast verplicht om je wandeling over het midden van de weg voort te zetten. Erg jammer.

 

Moeder

Het is donderdag 1 januari 2015. Twee minuten van het nieuwe jaar zijn voorbij en ik bel mijn moeder om haar alle geluk voor dit nieuwe jaar te wensen. Ze klinkt wat verkouden, maar laat weten dat dat wel over zal gaan en dat er in Boxtel ook erg veel vuurwerk wordt afgeschoten.

Zaterdag 3 januari iets over 11 uur 's morgens constateren we, drie broers aan het bed, dat ze in alle rust op 96 jarige leeftijd onze wereld heeft verlaten. We kunnen, tussen alle emoties door, alleen maar dankbaar en trots zijn.

 

Mijn sleutelbos geeft mijn ouderdom aan

De twee eerste dagen van de zomervakantie van 2013 heb ik gesprekken gevoerd met de man die mijn taken op school zal overnemen en dan is het tijd voor de sleuteloverdracht: de hoofdingangsleutel, de sleutel van de berging bij het noodlokaal, de sleutel van de vaste buitenberging, de sleutel van het sleutelkastje, de sleutel van de postbus, de gymzaalsleutel, de sleutel van het magazijn en de sleutel van het kantoor.

Eind januari 2015 hebben we het appartement van mijn moeder leeggeruimd. Ik lever mijn sleutels van haar woning in: de sleutel van de voordeur, de sleutel van het postkastje en de sleutel voor de toegangspoort van de parkeerplaats.

Blijft over: de sleutel van mijn huis, van de tuinpoort en van de auto...

 

Krekel in Vinckenrode

Mijn moeder woont in een aanleunwoning en doet het op haar 96ste nog fantastisch. Wanneer je er binnenloopt wordt de teevee, die erg hard en vaak ook met ondertiteling aan staat, meteen uitgezet en heeft ze alle tijd voor haar bezoek. Waar je het ook over wilt hebben, ze weet erover mee te praten.

Zoals elke week kom ik dinsdag eerst langs om het boodschappenlijstje op te halen. Mee naar de supermarkt is al dik een jaar niet meer mogelijk gezien haar conditie, maar niets is uitgesloten, want mijn moeder is aan het trainen. Elke dag op en neer naar de parkeerplaats en steeds een tiental meter verder. Doel daarvan is om rond Boxtel kermis, en dat is nog een maand of twee te gaan, op en neer te kunnen naar de markt om oliebollen te kunnen halen.

Ik loop dus bij haar binnen en ze begint:

Wat ik nou toch heb meegemaakt. Ik hoorde al een tijdje iets piepen en ik bleef maar rondlopen, maar kon niet ontdekken waar het vandaan kwam. Heb ik potverdorie een krekel in huis? Ik wist het net zeker, maar er werd even later aan de deur gebeld. Daar stormt een man de de St.Josephvereniging naar binnen en die vraagt: "Is alles goed met u mevrouw van de Langenberg? Uw brandalarm gaat namelijk af"

Toen hebben ze de buren gelukkig ook gerust kunnen stellen. Geen brand. Het broodrooster had wat teveel rook geproduceerd. En een krekel? Die was er ook niet.

 

14 juli

Een hond blaft. Ik doe mijn ogen open. De zon zet de heen en weer wiegende takken van de zilveren boom op het tentdoek. Mijn slaapzak rits ik een stukje open en ga rechtop zitten en fluit zacht, maar duidelijk hoorbaar voor de tenten rondom ons, de Marseillaise. Het is 14 juli en ik, droge Hollander, maar altijd in voor een grapje, probeer hier in het verre zuiden van Frankrijk een feestelijk tintje te geven aan het begin van deze nationale dag. Ik voel dat er vandaag iets staat te gebeuren en ik kan het weten, want twee jaar geleden mocht ik dit ook al eens ondergaan.

We bevinden ons in Entrechaux, een vriendelijk gehucht aan de voet van de Mont Ventoux. Er valt totaal niets te beleven. Alleen op 14 juli. Het is aioli-feest. En dat is nou net een feest dat je over je heen moet laten glijden als een lekker warme deken. Dan pas zie je Frankrijk. Dan pas ben je in Frankrijk geweest.

Na mijn fluitconcert volgt een zeer rustige dag met stokbrood, soep, koffie en het baden in de zon onder de staalblauwe hemel van de Provence. We praten niet veel, knipogen een keer of geven een vluchtige glimlach. Alles is in afwachting van wat er vanavond gaat komen. En dan is het ongeveer zeven uur en stappen we in de auto, op weg naar het dorpje. We nemen de auto, maar hoe we terug zullen komen is nog maar de vraag want wijn zal er in overvloed aanwezig zijn.

Het dorp is in rep en roer. De bevolking lijkt vertienvoudigd en iedereen kijkt zeer vriendelijk en wij groeten terug in ons beste Frans. Dan is er een eerste verrassing: op een podium voor het gemeentehuis speelt een band! We ontdekken een melodie die veel weg heeft van een nummer van de Police. Halverwege het lied wordt er plotseling gestopt. Wat gekraak en gejengel door de luidsprekers en dan zet de gitarist een solonummer in. Fantastisch!

Op het halfverharde voetbalveld voor de school zijn de oudjes van het dorp samengestroomd voor hun dagelijkse boulle-wedstrijd. En dan zien we op het schoolplein de tafels staan. Van die lange, met plastic overtrokken bladen. Dikke planken, steunend op krukken vormen de banken. We betalen 45 franc per persoon en de kinderen zijn gratis. Die kunnen van onze borden mee smullen. We lopen, langs de voor het merendeel nog lege tafels, naar het midden van de school. Daar is een overdekt gedeelte waar alles klaar staat voor dit kostelijke festijn. De Aioli-Monstre! Van twee lieftallige, wat on-Frans uitziende dames krijgen we een bord en plastic bestek en dan trekken we langs de bakken. Vis, veel vis, ook 'pour les enfants'. Iedereen lacht. Na de vis een aardappel, gekookt in de schil. Je kunt kiezen uit een grote of een kleintje en verschil is er! Later zegt een Fransman met een verschrikkelijk uit de kluiten gewassen aardappel op zijn bord en met het idee dat wij Duitsers zijn: "Das ist een Kartoffel!" En de hele tafel barst in lachen uit.

Maar terug naar de start. Na de pommes de terre krijgen we een schaaltje aioli. Uit een enorme bak schept een man met een bolle buik en even zo bolle wangen met een grote houten pollepel de 'dril' in kleine bakjes. Nog een tomaat, wat wortelen en een mandje brood. Een driehoekige 'la-vache-qui-rit' wordt ons aangereikt door een vrouw die je zou kunnen omschrijven als deftig, niet thuishorend in dit verlaten dorp of, als in een film, de vrouw van de dokter. Maar vriendelijkheid straalt er van af. Voorts passeer een kale man met een zonnebril, een zestiger, die ons vraagt wat voor wijn we willen drinken. we houden het bij rouge. Het zal ons zometeen bezorgd worden aan de tafel. We lopen nu volgeladen het plein weer op, op zoek naar een plek. Ergens in het midden aan een nog lege tafel nemen we plaats. Dat is niet zonder bedoeling. Per se willen we in contact komen met de bewoners en, zoals we nu zitten, krijgen we aan beide kanten de Fransen.

Nou, daar zitten we dan. De wijn wordt gebracht en het eten verdeeld, zodat de kinderen ook wat hebben. We toosten op een gezellige avond. Onder het eten van de vis en de aardappel met de kostelijke dril constateren we dat we op tijd zijn, gezien de aanzienlijk gegroeide rij voor de gaarkeuken. Dan ontdekt de een na de ander een echte Franse-kop of eentje uit het reclamespotje 'Rijk in Frankrijk'. Prachtig. Vreselijk mooi!

Onbewust is dan plotseling het contact daar. De sleutel daarvoor is het fototoestel. Ik haal het toestel tevoorschijn om twee oude Rijk-in-Frankrijkers vast te leggen en een van ons vraagt permissie om dat te doen. De man die aangesproken wordt blijkt behoorlijk doof te zijn en verzoekt: "Crier s.v.p.". Ze lachen, vinden het goed en gaan er nog eens extra voor zitten. De hele tafel lacht en we staan ook meteen in de belangstelling. Nog meer mensen worden gekiekt. Ook een jongere man met een oudere vrouw (meestal zie je dat andersom)  en na een praatje blijken het moeder en zoon te zijn. Heerlijk mooi allemaal. Ieder van ons is in gesprek, over het dorp, over Nederland, over muziek of over de al eerder genoemde kartoffel. We drinken nog eens en nadat is opgemerkt dat de fles leeg is komen er twee voor in de plaats. Ja, het unieke Frankrijk glijdt over ons heen en als het inmiddels goed donker is geworden, lopen we voldaan, in stilte nagenietend naar de camping terug.